De natuur als supermarkt

We hebben tegenwoordig veel manieren om onkruid te bestrijden. Denk bijvoorbeeld aan electricide, waarbij de stengels van een plant worden aangetikt met een metalen lans die onder hoge spanning staat. Dit zorgt ervoor dat de plant vanbinnen tot onder de grond wordt gekookt. Wat overblijft is een slap en ietwat zielig hoopje groen dat zijn beste dagen heeft gehad. RootWave, één van de bedrijven die electricide ontwikkelt, voert dan ook de passende slogan: “Zaps Weeds. Zero Chemicals.” Geen chemische stoffen, om toch maar net even iets milieubewuster over te komen. Maar het blijft toch een vage omschrijving: onkruid. Want wat maakt iets nou tot onkruid? Moet het prikken tijdens het plukken? Mag het geen mooie, felle kleuren hebben zoals een sierbloem? Of is iets pas onkruid als je het niet kan verwerken tot een geurige maaltijd, waar het net de finishing touch is dat alle smaken samenbindt?

 

Van Dale definieert onkruid als: “ongewenste planten die tussen gewassen groeien” waarbij met ‘gewassen’ andere planten worden bedoeld die wél gewenst zijn. Er is daarbij geen lijst met kenmerken waaraan een plant moet voldoen om tot onkruid gerekend te worden. Annabel Konings, een van de vier initiatiefnemers van het kunstcollectief “Onkruid bestaat niet” en ruimtelijk ontwerper is in 2019 dan ook tijdens haar afstuderen samen met drie anderen de uitdaging aangegaan om de grenzen op te zoeken van dit vraagstuk.

 

Anders denken

Het viertal had een vliegende start met het kunstcollectief. Ze hielden workshops met deelnemers uit de buurt waar een lokaal restaurant vernieuwende snacks mocht serveren, zoals zeewierpopcorn. Of wat dacht je van de interventies waarbij ze ter plekke gerechten maakten van onkruid en in gesprek gingen met mensen uit de omgeving over wat zij van onkruid vonden. Niks was te gek, zelfs geen thee van dennennaalden. Nadat Annabel was afgestudeerd viel de groep echter al snel uit elkaar. “Twee van de vier gingen verder studeren waarbij er een ook nog eens in België ging wonen.” Ze bleef destijds achter met nog één ander. Toen eind vorig jaar ook die het zo druk kreeg dat ze moest stoppen met het kunstcollectief bleef Annabel alleen over. Annabel bleef alleen over maar ging gestaag door.

 

De reden hiervoor is vooral een heel persoonlijke. “Ik vind het gewoon zo fijn om buiten te zijn”, legt Annabel uit. “Het is heerlijk om de hele dag andere gebieden te verkennen. Ik heb zelf ook een tuin die ik heel goed onderhoud en daarnaast heb ik veel planten in huis.” Tijdens haar studie kreeg ze steeds meer ruimte om te kiezen aan welke projecten ze wilde werken. Het ging toen “als vanzelf” steeds meer de natuurkant op. “De achterliggende gedachte van het kunstcollectief is dat iets pas onkruid is als het voor jou ongewenst is. Er is geen vaste regel wat wel en niet onkruid is. Met die gedachte vind ik het heel leuk om het onderwerp breder te trekken. Je zou afval ook als een vorm van onkruid kunnen beschouwen. In dat licht zou het mij dan ook voor een toekomstig project heel leuk lijken om te kijken naar wat je kan doen met onkruid in de breedste zin.” De kern van Annabels werk is dan ook vooral om te denken in mogelijkheden. “Er zijn heel veel kansen die nog niet worden benut als het gaat om recycling. Met elk nieuw project en seizoen ga ik ook echt op zoek naar iets wat anders onbenut blijft, of wat uit gemak niet gebruikt wordt.”

 

Voor de toepassingen die ze verzint kijkt ze altijd eerst naar wat er dat seizoen in overschot is. “Paardenbloemen groeien echt overal,” vertelt Annabel. “Niet alleen tussen de stoeptegels maar ook in weilanden komen ze in het voorjaar in overvloed voor. In plaats van dat je de paardenbloemen laat uitbloeien en daarna weer laat vergaan zijn er ook veel dingen die je er mee zou kunnen doen.” Zo kan je frisse limonade maken van de gele bloemtoppen, smakelijke pesto van de bladeren en helende thee van de korte, dikke wortelstok. Alles is eetbaar, behalve het sap van de steel.

 

Onkruid bestaat niet

De toepassingen die ze vindt voor onkruid gaan echter verder dan alleen recepten. “Je kan natuurlijk heel veel recepten maken van natuurlijke ingrediënten, maar ik vind het juist ook vanuit onze kunstopleiding leuk om op zoek te gaan naar andere toepassingen. Denk hierbij aan objecten of het interieur. Of dat je van brandnetels ook heel goed gier kan maken, dat weer een vloeibare meststof kan zijn. Op zo’n manier proberen we een heel diverse verzameling van toepassingen te maken.” Die zoektocht naar unieke toepassingen vereist een andere manier van kijken. Één waarbij je vooral kijkt naar de grondstoffen waaruit deze planten zijn opgebouwd. “Het is altijd een groot experiment”, zegt Annabel. Want waarschijnlijk weet je al dat je thee en soep kan maken van brandnetels, maar wist je ook dat je er papier van kan maken? Of dat het vroeger heel normaal was om touw te maken van brandnetelstengels?

 

Naast het experimenteren met onkruid doet Annabel ook vooral veel onderzoek. “Ik kijk voor nieuwe ideeën juist ook heel veel naar het verleden”, vertelt Annabel. “Vroeger had je gewoon niet de producten die we nu wel hebben en was het dus heel normaal dat je in het dagelijks leven veel meer uit de natuur haalde. Dat is nu helemaal verloren gegaan. Het is heel leuk om dat soort dingen weer terug te brengen.” Zelfs de Griekse arts en filosoof Hippocrates was al bezig met het onderzoeken van de geneeskrachtige functies van de brandnetel. Uiteindelijk heeft hij samen met zijn volgelingen wel 61 remedies kunnen beschrijven voor lichamelijke klachten die je alleen al met brandnetels kan verhelpen. Voor de duidelijkheid: dat was op z’n minst ongeveer 2370 jaar geleden.

 

Denk dus voordat je de brandnetels weggooit dus nog maar eens goed na wat je er allemaal mee kan doen. Want zoals Annabel zegt: eigenlijk bestaat onkruid niet.